Sophie Pinkham. De eik en de lariks. Hoe het woud Rusland heeft gevormd. Amsterdam, Van Oorschot, 2026, 310 p. Vert. door Anneke Bok, orig. titel ‘The Oak and the Larch. A Forest History of Russia and its Empires’.
Op het eerste gezicht een rare titel, maar na lezing heeft het boek veel inzichten bijgebracht over de geschiedenis én de mentaliteit van Rusland. Het bos vormde altijd de kern van de nationale identiteit, ‘als symbool van wat goed is en behouden moet blijven’ (9). Tegenover de eik, die overheerst in de loofbossen van Europees Rusland, staat de lariks, symbool voor de tajga (het noordoosten van het land), een groot deel van Siberië, woest, gevaarlijk terrein.
Alle volksverhalen van de Russen en hun sprookjes gaan eigenlijk over bossen en de boze heks Baba Jaga, die er de lakens uitdeelt. Ze wordt gezien als de ‘ware moeder van de Russische cultuur’ (14). In de oorlog tegen Rusland heeft Oekraïne zelfs een drone ontwikkeld die de naam Baba Jaga draagt, ‘een bosheks die bommen afwerpt’ (19).
De enorme bossen dienden als de beste verdediging tegen de Gouden Horde, die in de 13 e eeuw Rusland (Kiev-Roes) inpalmde. De inwoners van Kiev sloegen op de vlucht voor de plunderende en moordende Mongolen en kwamen terecht in de bosrijke gebieden rond Moskou, die voor de Mongolen ondoordringbaar waren (15-16 e eeuw). Zo werd Moskou het nieuwe machtscentrum van Rusland, ten koste van Kiev (het latere Oekraïne), het begin van al de misère van de Russisch-Oekraïense oorlog sinds 2022.
Peter de Grote zag het nut van bossen in en verbood het kappen van bomen in de buurt van rivieren en van eiken, esdoorns, iepen, lariksen en dennen. Hout was nodig voor zijn boten, die Rusland als toekomstige maritieme macht nodig had.
Toen de Russen in de 19 e eeuw de Noordelijke Kaukasus ontdekten, een van de vele episodes in de koloniale expansie van Rusland, werden de plaatselijke bossen een militair doelwit. In de Russische campagne tegen de bergbewoners verwoestten ze in de jaren 1830-31 dertig dorpen in Tsjetsjenië. Terwijl de bossen hun bescherming hadden geboden in de 13 e eeuw tegen de Mongolen, gingen ze nu hun rijk uitbreiden door de bossen van hun vijanden te kappen (78).
In de twintigste eeuw zal de liefde voor het bos doordrongen zijn van Russisch nationalisme en zelfs neo-imperialisme (239), nadat het eerst ontdekt was als symbool van nationale glorie.
Onder Stalin en zijn vijfjarenplannen werden bossen gezien als achterhaald. In plaats van bosbeheer (dat al in de 18 e eeuw begon) kwam nu bosontginning, het genadeloos kappen van bos ten gunste van de industrie én de export naar het Westen (‘Het bos is aan een revolutie toe’, 145). Na de oorlog liet hij bossen aanplanten op de steppe, als barrières tegen invallers. Het werden later nationale parken. Stalin was geleerd door de desastreuze inval van Nazi-Duitsland, waarbij de bossen van Oost-Europa en het westen van de Sovjetunie als slagveld dienden (161).
Dit en vele andere plannen met en visies op de natuur en het bos in het bijzonder worden in dit boek uitvoerig en met verve behandeld. Wie minder geïnteresseerd is in dit aspect van het verhaal, komt ruim aan zijn trekken met gerelateerde verhalen uit de Russische literatuur. Ivan Toergenjev komt aan bod, Lev Tolstoj, Arsenjev met zijn bijna mythische figuur Dersoe Oezala, een overlevende van de kolonisering van Siberië door de Russen, Leonid Leonov met zijn epos Het Russische Woud (tegen de onderdrukking van het bos onder de Sovjets en het bos als bron van identiteit), de dorpsschrijver van de jaren zeventig Valentin Raspoetin met zijn innemende roman Afscheid van Matjora , of de ontdekking van de familie Lykov in 1978 in het zuiden van Siberië, die decennialang zonder enig contact met de buitenwereld hadden geleefd en nauwelijks weet hadden van het Sovjetleven.
Triest is het verhaal van de Oekraïense bossen die door de oorlog sinds 2022 te lijden hebben onder bosbranden, met bossen die vol met niet-ontplofte munitie liggen. Anderzijds zijn ze ook een zegen in de oorlog : ze fungeren weer als zaseki, verdedigingsgordels tegen Russische invallen.
Een warme aanrader voor wie geïnteresseerd is in ecologie en de band met macht, ideologie en literatuur.