Hans Mulder. De zestiende eeuw.

Hans Mulder. De zestiende eeuw. Alfabetuitgevers 2025, 302 p.

Wie durft het nog aan een geschiedenis van een eeuw te schrijven ? Geert Buelens heeft met zijn magistraal boek De jaren zestig. Een cultuurgeschiedenis (2018) bewezen dat het kan, zelfs over één decennium. Maar hoe uitdagender is het dan om een hele eeuw te vatten in één boek. En uitgerekend de eeuw waarin alles begon te veranderen, eigenlijk het begin van onze moderne beschaving. Ik moet toegeven dat ik sceptisch was toen ik begon te lezen, maar de twijfel en de kritiek verdwenen met het lezen, hoofdstuk voor hoofdstuk in dit prachtige boek.

Het is niet alleen prachtig omdat het mooi geïllustreerd is (een zwak van mij), maar ook omdat het probeert een overzicht van honderd jaar baanbrekende (‘epochemachende’) geschiedenis samen te vatten. Geen dankbare opdracht. Voor wie schrijf je ? Voor ingewijden, die het allemaal al weten ? Voor de onwetenden die het willen weten ? Voor de studenten Europese Cultuur ? Voor scholieren ?

De onderwerpen die aan bod komen in dit boek, zijn niet de minste. Hans Mulder heeft het over oorlog en vrede, helaas dominant in de besproken eeuw, over handel en kolonialisme (het begin van onze rijkdom, waarover nu wel eens spijt betuigd wordt), over de aanval op de kerk (de fatale kruistocht van Luther tegen de rooms-katholieke kerk) en de rampzalige gevolgen van deze kritiek voor de eenheid van de katholieke (westerse wereld), over het begin van het intellectueel reizen – de Bildungsreisen (alhoewel die met de 18e eeuw geassocieerd worden) – en de eerste ‘Erasmusuitwisselingen’, de bemoeienissen van westerse ontdekkingsreizigers met onbekende landen die ze in kaart brengen, maar tegelijkertijd (willens-nillens ?) spionage bedrijven. En passant een hoofdstuk over de Chinese boekdrukkunst (een moderne bescheiden poging om het eurocentrische beeld wat bij te stellen). Uitvoerig komt de successtory van Christoffel Plantijn, de Antwerpse drukker, aan bod. Cartografen die proberen de wereld in kaart te brengen en zich daarbij dikwijls vergissen. De eerste atlassen, lang voordat precisiemeetinstrumenten bestonden. De invloed van Italië, de Italiaanse kunst en hun mecenascultuur op onze gewesten. Ook het theater in de 16e eeuw komt aan bod, de eerste poging om het ‘ware’ leven voor een groot publiek uit te beelden. De studie van de natuur en van geneeskrachtige planten. De stommiteit om de Sint-Pietersbasiliek te bouwen en de rampzalige gevolgen daarvan voor de eenheid van het katholicisme (Luther). De invloed van de Italiaanse architect Palladio op de rest van de wereld. Het kon niet uitblijven dat ook het menselijk lichaam onderwerp van studie zou worden. De Godsdienstvrede van Augsburg – iedere keurvorst in Duitsland mocht zelf bepalen welke religie hij zijn onderdanen zou opleggen. Ook de voor haar tijd vooruitstrevende Anna Bijns krijgt een hoofdstuk, allemaal fenomenen van voor de val van Antwerpen in 1585. De gehate Filips II kon natuurlijk ook niet ontbreken, zoals ook zijn twijfelen tussen verschillende hoofdsteden (Valladolid, Toledo, Madrid en uiteindelijk het sombere El Escorial).

Een hele boterham dus. Het is onmogelijk dit boek samen te vatten, het geeft te veel informatie over te veel aspecten van deze fascinerende eeuw.

Het boek is geschreven voor een breed publiek met een brede interesse, het is prachtig geïllustreerd en verdient alle lof. Het is niet diepgravend, specialisten zullen zich niet verkneukelen aan nieuwe inzichten, maar dit is niet het opzet van deze editie. We kijken met enthousiasme uit naar de delen over de 17e, 18e en 19e eeuw. Het boek is een plezier voor het oog en het oor.