
Vladimir Vysotski. Instructies voorafgaand aan een buitenlandse reis. Een halfhonderd en een chansons. Vertaald ddoor Robbert-Jan Henkes. Antwerpen, Benerus, 2025, 256 p.
door Lidia Rura
Uit het werk van Vladimir Vysotski is recent de bloemlezing ‘Instructies voorafgaand aan een buitenlandse reis ‘ in het Nederlands vertaald, een bravourestuk dat vertaler Robbert-Jan Henkes op een verbluffende manier tot een goed einde heeft gebracht. Hoewel het gaat om een vrij complexe auteur uit de Sovjet-tijd en een ongewoon poëtisch genre, is het de vertaler gelukt om de essentie van Vysotski’s gedichten te vatten en toegankelijk te maken voor het hedendaagse Nederlandstalige publiek. In de uitgave vindt de lezer het Russische origineel naast elk vertaald gedicht, wat wijst op de openheid van een vertaler die niet bevreesd is voor vergelijking en beoordeling door de tweetalige lezer.
De auteur en het genre
Eerst en vooral is het belangrijk een paar woorden te zeggen over het genre en de auteur, gelet op de vrij summiere inleiding door de vertaler. Het inleidende woord is gegoten in de dichterlijke vorm van een ballade, zeer mooi en ritmisch, maar slechts beperkt informatief.
Het genre staat in het Russisch bekend als ‘auteurslied’ (авторская песня). De beoefenaars ervan heten ‘barden’ (барды) wat doet denken aan Keltische lyrische dichters/ zangers, middeleeuwse minstrelen, vaganten maar ook chansonniers en folk singers. In het Westen kent het Russische auteurslied diverse namen zoals bv. ‘chanson’, ‘guitar poetry’ enz.
Het genre is in de Sovjet-Unie ontstaan in de jaren ’60 van de 20ste eeuw. In deze periode van ‘dooi’ was er meer vrijheid, en meer ruimte in de kunst voor thematiek dicht bij de gewone mens en weg van het ideale en vaak gekunstelde beeld in het officiële socialistische realisme. Het auteurslied werd één van de belangrijkste kunstvormen waar de officiële gatekeepers, de kunstraden, geen macht over hadden. Het was een toegankelijke en laagdrempelige vorm van muzikale poëzie die stem gaf aan de gewone mens en zijn emoties in al zijn onvolmaaktheid. Pionier van het genre was Boelat Okoedzjava, die zijn eerste liederen al in de jaren ’50 schreef en wiens eerste concert plaatsvond in 1960. Hij had veel navolgers, maar naast Okoedzjava worden twee namen erkend als cultfiguren, namelijk Aleksandr Galitsj en Vladimir Vysotski. De onderwerpen van de barden waren lyriek, liefde, natuur en menselijke relaties, maar hier en daar waren er ook politiek gekleurde boodschappen, satire en kritiek op de Sovjet-maatschappij, vooral dan bij Galitsj, maar af en toe ook bij Vysotski.
Veel barden zongen in de eerste persoon, maar sommigen, zoals Vysotski en Galitsj, creëerden vaak een personage waar ze zich heel diep inleefden. Het was voor beiden iets heel natuurlijks gezien hun beroep, bij Vysotski dat van acteur en bij Galitsj dat van toneelschrijver. Die inleving ging soms zover dat de bard in kwestie de indruk wekte uit eigen ervaring te putten betreffende situaties en beroepen waarover hij zong. Vysotski kreeg zelfs regelmatig vragen in dat verband, en antwoordde dan met een kwinkslag. Zo ging het op een keer over zijn plaat ‘Alice in Wonderland’ (Алиса в стране чудес) waar in een van de liedjes een papegaai ten tonele gevoerd werd. Zijn repliek : ‘Een papegaai ben ik nooit geweest, niet in de letterlijke noch in de figuurlijke betekenis’.
Het instrument van de barden was een zevensnarige gitaar. Dankzij hun wat amateuristische spel creëerden zij de ongedwongen sfeer van een vriendenkring. De gitaar was ook makkelijk om overal mee te nemen naar een feestje, een tochtje in de natuur, een spontane bijeenkomst enz. De dichter-zangers zelf droegen gewone kleding en waren toegankelijk in de omgang, open voor interactie met de toehoorders, helemaal anders dan bij de officiële concerten met orkest en galakledij, waar een kloof gaapte tussen zanger en publiek.
Het auteurslied vormde artistiek een mengeling van literatuur en muziek, maar werd nauwelijks erkend in de officiële literaire of muzikale milieus. Men keek erop neer als ‘lagere’ kunst, maar was tegelijk jaloers op de populariteit ervan. En inderdaad, het auteurslied won veel populariteit onder brede bevolkingslagen en werd een van de belangrijkste vrije kunstvormen. Aanvankelijk was de verspreiding oraal, teksten werden genoteerd en / of van buiten geleerd.
Later kwam de verspreiding via platen op basis van röntgenfoto’s (‘на костях’, letterlijk ‘op de beenderen’) en vanaf de jaren ’60 via bandopnames, de zgn. magnitizdat (letterlijk ‘uitgave op bandrecorders’). Daarmee was het hek van de dam en het auteurslied greep om zich heen als een bosbrand.
De reactie van de autoriteiten op het auteurslied was argwanend, al vanaf het begin. Toen met de bandopnames brede verspreiding mogelijk werd, konden zij het verschijnsel niet meer negeren of verzwijgen. Ze moesten zich op de ene of andere manier verhouden tot deze feitelijke glasnost van een kunstvorm zonder de goedkering van censuur, professionele organisaties en kunstraden. Die houding nam verschillende vormen aan, en hing sterk af van de persoon van de dichter-zanger in kwestie en de inhoud van zijn liederen. Hoe dan ook klonk er veel kritiek in de staatspers en bij de professionele organisaties. De meer ‘ongevaarlijke’ auteursliederen probeerden de autoriteiten onder de vleugels van de Komsomol te brengen, het jongerenfiliaal van de communistische partij. Meer ‘gevaarlijke’ en kritische stemmen werden gesmoord door belemmeren, doodzwijgen en desnoods vervolgen van de auteurs. Van de drie grote auteurs had Okoedjava daar het minste last van omdat zijn liederen zelden politiek moeilijk lagen. Galitsj schreef en zong heel kritische en satirische liederen en werd al na zijn eerste concert vervolgd. Eerst werd hij uit de professionele organisaties gezet en later uit het land verbannen. De liederen van Vysotski bevonden zich ergens in het midden. Zij bevatten veel algemeen-menselijke thema’s, maar vaak kwam er ook maatschappijkritiek in voor. Zij werden gedoogd zolang ze het brede publiek niet officieel bereikten via grote concerten, platen, of publicaties.
Zijn huwelijk met de bekende Franse zangeres Marina Vlady gaf hem een bepaalde bescherming, maar niettemin beperkten de autoriteiten zijn activiteiten buiten het theater en vooral zijn muzikale optredens. Tijdens zijn buitenlandse reizen hoedde Vysotski zich ervoor om zich in te laten met politieke onderwerpen, hij deed geen uitspraken over de Sovjetautoriteiten en onderhield weinig contacten met dissidenten in de emigratie.
De vertaling
De vertaler van auteursliederen wordt geconfronteerd met behoorlijk wat uitdagingen, met name omdat het genre zo diep is geworteld in de Russische cultuur en de Sovjetcontext dat een meer dan gewone geïnitieerdheid nodig is. Veel van de zangers vonden het genre eigenlijk onvertaalbaar. Dat kreeg G.S. Smith, de Engelse vertaler van Galitsj, te horen van alle drie de grote barden die hij persoonlijk ontmoet had. Ze lieten hem verstaan dat hun werk alleen door hun landgenoten volledig kan worden begrepen en geapprecieerd, en stonden sceptisch tegenover de wens van anderstaligen om hun gedichten te vertalen. In het licht daarvan kan men stellen dat Robbert-Jan Henkes met zijn vertaling van Vysotski een waagstuk ondernam. Dat hij het er zonder kleerscheuren vanaf bracht, is zonder meer lovenswaardig. De vertaler geeft niet alleen blijk van diep begrip van Vysotski’s liedteksten, maar etaleert ook zijn eigen talent als virtuoos dichter en vindingrijk vertaler.
Natuurlijk plaatsen niet alle teksten van Vysotski de vertaler voor moeilijkheden, een aantal ervan gaat over vrij universele thema’s. Zo bevat het ‘Liedje over mangoesten’ een allegorie op de mens in het algemeen, zoals de vertaler ook vermeldt in zijn commentaar. Hetzelfde geldt net zo goed voor het lied ‘Dialoog voor de televisie’, wat aan de ene kant typisch was voor een bepaalde Sovjetcontext maar tegelijk heel herkenbaar bij echtelijke relaties in het algemeen. Daarom is het zo gepast dat de vertaler de Russische namen vernederlandst tot ‘Jan’ en ‘Mien’. Ook de liederen over bergbeklimmers ‘Hier heb je geen vlakten’ en ‘Lied over vriendschap’ kunnen alpinisten overal ter wereld aanspreken. Een ander voorbeeld is het lied ‘Houten jassen’ (waarmee eigenlijk doodskisten worden bedoeld). De vertaler verwijst voor de interpretatie naar de film ‘Interventie’ over de Russische burgeroorlog, en ziet er ook een allusie op de werkwijze van de KGB in. Dat klopt ongetwijfeld, maar de algemene context van het gedicht is veel breder. Het gaat over de moeilijke keuze tussen morele principes en vrees voor eigen leven, en is in die zin universeel : in alle landen werden moeilijke keuzes gemaakt, zoals tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Bewonderenswaardig is hoe de vertaler blijk geeft van affiniteit met de auteur en zijn werk. Hij koos er niet alleen voor om de gedichten in een bepaalde vorm te gieten qua rijm en metrum, maar ze ook zingbaar te maken, wat nog een grotere prestatie is. Een wegwijzer naar de begeleidende muziek ware dan ook welkom geweest, met de akkoorden voor wie de vertaalde gedichten zou willen zingen.
De diepe kennis van de vertaler is onder meer te merken aan de vermelding van Jesenin in de inleidende ballade. Uiteraard geven ‘Jesus’ en ‘Jesenin’ een mooie alliteratie maar de betekenis is hier even belangrijk als de vorm. Sergej Jesenin was namelijk een grote Russische dichter uit het begin van de eeuw wiens persoonlijkheid veel gelijkenissen vertoont met die van Vysotski. Hij was ook rebels, baldadig, balsturig, een drinker en hij stierf jong. Hij was een rolmodel over wiens lot en vroegtijdige dood Vysotski zich uitsprak in het gedicht ‘Over noodlottige leeftijden en getallen’.
|
Кто кончил жизнь трагически – тот истинный поэт, А если в точный срок – так в полной мере. На цифре 26 один шагнул под пистолет, Другой же — в петлю слазил в Англетер. А в тридцать три Христу… (Он был поэт, он говорил : Да не убий ! Убьёшь — везде найду, мол.) Но — гвозди ему в руки, чтоб чего не сотворил, Чтоб не писал и чтобы ни о чём не думал. |
Wie tragisch uit het leven stapt is een ware dichter, en op de juiste leeftijd geldt dat eens te meer. De een loopt tegen een kogel op, zes- zevenentwintig, de ander vindt de strop in ’t «Angleterre». En Jezus : drieëndertig – de dichter sprak : ‘Niet doden, en als je toch doodt, dan krijg ik je nog wel.’ Ze nagelden zijn handen, dat hij niks meer uit kon spoken, of dingen schreef of dacht – de procedure werkte snel. |
Jesenin wordt niet bij naam genoemd in het gedicht. Door de alliteratie echter kan een link gelegd worden tussen de wel vermelde naam ‘Jesus’ en ‘Jesenin’ uit de door Henkes zelf gecomponeerde inleidende ballade. Sterker nog voor de identificatie is de verwijzing naar de omstandigheden van zijn dood : hij hing zichzelf op in hotel ‘Angleterre’.
Jesenin was eigenlijk 30 toen hij stierf (en niet 26-7) en Vysotski was 42, maar het leeftijdsverschil doet er weinig toe. Beiden immers waren vrijgevochten geesten, enigszins onhebbelijk en zelfdestructief. Deze eigenschappen maakten echter onlosmakelijk deel uit van hun talent en artistieke persoonlijkheid, zoals Jesenin schreef in een van zijn gedichten : Прокатилась дурная слава, / Что похабник я и скандалист (mijn aangebrande reputatie is dat ik een vuilbek en keetschopper ben) ; И похабничал я и скандалил / Для того, чтобы ярче гореть (Ik heb gevuilbekt en keet geschopt om helderder te schitteren). Net als bij Jesenin ‘schitterde’ het talent van Vysotski nog feller door zijn rebelse aard.
Zoals de vertaler aangeeft in een kort nawoord, heeft hij uit de gedichten een eigen keuze gemaakt. Daarbij was niet alleen zijn persoonlijke smaak richtinggevend, maar ook de ambitie om een bepaalde evolutie van de auteur te laten zien. De gedichten zijn chronologisch gerangschikt, met de datum erbij. Dat resulteert in een soort van wordingsgeschiedenis waaraan de lezer kan zien hoe Vysotski doorgroeit van straatzanger over thema’s als drinken, baldadige jeugd en kleine criminelen, naar de grote dichter over diepgaande en zelfs filosofische onderwerpen. De periode van het straatchanson wordt exemplarisch opgeroepen in het lied ‘Groot Rijtuig’ dat op zich een Nederlandstalige lezer inhoudelijk weinig zegt, maar dat wel een belangrijke mijlpaal vormt in het leven van Vysotky en zijn vorming als dichter-zanger.
Het kan de vertaler als verdienste aangerekend worden dat hij zich waagde aan vrij moeilijke teksten die toch iconisch zijn voor Vysotski, zoals bv. ‘Zweetbad in het wit’. Dat was het meest politiek gekleurde lied van Vysotski, en stemde heel goed overeen met het gedicht ‘Wolken’ van Galitsj over hetzelfde onderwerp, namelijk een uit de Goelag teruggekeerde gevangene.
Omdat de teksten van Vysotski diep geworteld zijn in hun tijd en context, zijn verklarende aantekeningen bij de gedichten onvermijdelijk voor een anderstalige lezer. Dat ervoor gekozen is om die helemaal op het einde af te drukken, is wat ongelukkig. Handiger voor de lezer was het geweest die toelichtingen over context en realia bij elk gedicht te kunnen vinden.
In het gevecht tussen VORM en INHOUD slaagt de vertaler in zijn belangrijkste opdracht, namelijk de GEEST van de gedichten over te brengen. Om dat te illustreren volgen hierna enkele creatieve, soms verrassende, meestal interessante en elegante vertaaloplossingen.
Een goed voorbeeld treffen we aan in het humoristische gedicht ‘In het sterrenstelsel Tai Ceti’ :
|
Не помню, как поднял я свой звездолёт – Лечу в настроенье питейном : Земля ведь ушла лет на триста вперёд, По гнусной теории Эйнштейна ! Что, если и там, Как на Тау Кита, Ужасно повысилось знанье – Что, если и там — почкованье ?! |
Moeizaam trok ik het schip uit de klei, maar ik vloog en dus – laat-ie fijn zijn. Op aarde zijn driehonderd jaren voorbij, zo wil het die oen van een Einstein. Maar als op onze planeet plotseling niemand het deed met de beproefde copulatie, en alleen nog met strobilatie…? |
Het Russische woord почкованье betekent letterlijk ‘knopvorming’, zijnde ‘ongeslachtelijke voortplanting bij planten’. De vertaler kwam uit op een rijmwoord uit dezelfde semantische sfeer, namelijk strobilatie, wat staat voor ‘ongeslachtelijke voortplanting bij kwallen’. De humor uit de originele tekst is perfect bewaard, over de vrees van het mannelijke personage dat over driehonderd jaar op aarde geen plaats meer is voor geslachtsgemeenschap wegens de vorderingen van de wetenschap.
Een ander mooi voorbeeld van de vindingrijkheid van de vertaler is te zien in het gedicht ‘Brief aan de redactie van het tv-programma Overduidelijk Ongelooflijk uit de psychiatrische kliniek Dymphna’. De bewuste kliniek in het Russische origineel is een zeer bekende instelling die in de volksmond Канатчикова дача heet, letterlijk ‘datsja’ bij (de woonplaats) Kanatsjikovo. Deze naam roept in de Russische context meteen associaties op met psychiatrische zorg, zoals de gemeentenaam ‘Geel’ in België, of ‘Vught’ in Noord-Brabant. De elegante oplossing van de vertaler is ‘de kliniek Dymphna’, naar de zevende-eeuwse Heilige Dymphna van Geel, patrones van de bezetenen en geesteszieken. Op deze manier werden de Russische realia naadloos overgezet naar corresponderende Nederlandstalige realia.
Een ander interessant voorbeeld is ‘Mijn zigeunerlied’. De traditionele zigeunerliederen zijn zeer bekend in Rusland en inspireerden menig Russisch dichter. In de commentaren verbindt de vertaler de titel van het lied aan de motieven die typisch zijn voor zigeunerliederen. Behalve motieven zijn het vooral ritme en muzikaliteit, zeker in het refrein, die dit gedicht tot een zigeunerlied maken, en het lukt de vertaler perfect om dezelfde melancholische stemming en het ritme over te zetten in het Nederlands.
Hetzelfde gedicht biedt ook een mooi voorbeeld van het vertalen van realia. In de originele tekst staat ‘Baba Jaga’ (Баба Яга), de naam van een bekende heks uit de Russische sprookjes. De vertaler maakt daar ‘heks’ van, maar vervolledigt het beeld tot ‘heksen en harpijen’, wat als beeld voor een westerling beter herkenbaar is, een mooie alliteratie geeft en (bijna) goed rijmt in de strofe.
|
Вдоль дороги – лес густой С Бабами-Ягами, А в конце дороги той – Плаха с топорами. |
Langs de weg – een donker woud met heksen en harpijen en waar de weg dan ophoudt, een schavot met bijlen |
Het titelgedicht ‘Instructies voorafgaand aan een buitenlandse reis’ voert een zeer eenvoudige en weinig ontwikkelde fabrieksarbeider ten tonele die plots voor zijn werkprestaties beloond wordt met een reis naar het buitenland, meer bepaald een van de Oostbloklanden. Hij wordt helemaal van zijn stuk gebracht door de instructies van de KGB over hoe hij zich in het buitenland moet gedragen. Daar door haalt hij alles door elkaar inclusief naar welk land hij wordt gestuurd. Een recept voor komische situaties, waarbij het de vertaler wonderwel lukt om deze hilarische en absurde warboel over te brengen.
|
Говорил со мной как с братом, Про коварный зарубеж, Про поездку к демократам в польский город Будапешт : |
Ik luisterde naar eenzame gedachten over het democratisch wespennest en wat ik in den vreemde kon verwachten, Daar in het Poolse Boedapest : |
|
В этом чешском Будапеште Уж такие времена – Может, скажут : пейте-ешьте, Ну, а может – ни хрена. |
Het is in Boedapest een grote bende, In heel Tsjechië is het trouwens ellende. Misschien stoppen ze je met van alles vol, misschien geven ze je geen ene hol. |
|
Ох, я в Венгрии на рынок похожу. На немецких на румынок погляжу ! Демократки – уверяли кореша, Не берут с советских граждан ни гроша. |
Ik zwalk over de Hongaarse pleinen, Kijk de Roemeense Duitsen uit hun tent, want democratisch vrouwvolk, zeggen de mijnen, rekenen een Sovjetburger nooit geen cent. |
|
Популярно объясняю для невежд : Я к болгарам уезжаю – в Будапешт. Если темы там возникнут – сразу снять – Бить не нужно, а не вникнут – разъяснять ! |
Nog een instructiepunt van bovenaf : Passeren er in Boedapest bij de Bulgaren beladen thema’s de revue : kap af. Niet rammen, maar ook geen mitsen en geen maren ! |
|
Но ведь я – не агитатор, Я – потомственный кузнец. Я к полякам в Улан-Батор Не поеду наконец ! |
Ik ben tenslotte toch geen agitator, Ik ben al vele generaties smid ! Ik ga niet naar dat Poolse Oelan-Bator, Dit pakkie-an is duidelijk niet mijn snit ! |
|
Там у них другие мерки – не поймёшь — съедят живьём – И всё снились мне венгерки С бородами и с ружьём, Снились Дусины клеёнки цвета беж И нахальные шпионки в Бангладеш… Поживу я, воля божья, у рУумын – Говорят, они с Поволжья – как и мы ! |
Hun gewoonten zijn gewoon van de barbaarse, snap je ze niet, dan rijgen ze je aan het spit ! En ik droom van woedende Hongaarsen bebaard, met zwaard en tamelijk verhit. Ik droom van Bangladeshe spioninnen Ik droom van Doesia’s tafelzeil. Liever ga ik dan bij de Roemenen binnen, die komen van de Wolga, net als wij ! |
In de ‘Ballade over de kindertijd’ is er een zeer creatieve en elegante vertaling van realia en neologismen te vinden.
|
У тёти Зины кофточка с драконами, да змеями – То у Попова Вовчика отец пришёл с трофеями. Трофейная Япония, трофейная Германия : Пришла страна Лимония – сплошная чемодания. |
Tante Zina heeft van zijde stof en blouse met draken en een slang, De pa van Vovotsjka Popov komt met trofeeën op de gang, trofeeën uit het Jappenland, trofeeën uit Moffanië Het is gewoon Limoenenland, ’t is één groot kofferanië. |
In het Russische origineel zijn er twee gewone landnamen ‘Japan’ en ‘Duitsland’, en twee neologismen ‘Limoenenland’ en ‘чемодания’. Op ‘Limoenenland’, het beeld voor een verzonnen exotisch land van overvloed, volgt ‘Kofferland’, een associatie met de mooie en ongewone spullen die men in bagage en koffers als trofeeën uit Duitsland en Japan meebrengt. De vertaler speelt met de landnamen en maakt er ‘Jappenland’ en ‘Moffanië’ van. Die klinken heel organisch in het gedicht en vormen een springplank naar ‘Kofferanië’, wat ook een mooi rijm geeft.
De personages van Vysotski spreken volkstaal, authentiek maar soms op het randje van het grammaticale. Notoir moeilijk te vertalen, en dat al helemaal in een dichterlijke vorm. We bekijken enkele voorbeelden.
|
1 Вспомни, было ль хоть разок, Чтоб я из дому убёг ? Ну, когда же надоест тебе гулять ? С гаражу я прихожу, Язык за спину заложу И бежу тебя по городу шукать. |
1 Zeg, zie ik het soms verkeerd, Of ben ik hem ooit gesmeerd ? Maar wanneer ben jij dat aanpappen eens zat ? Kom ik ’s avonds van het roven, Total-loss, ondersteboven, Zal ik jou eerst moeten zoeken in de stad. < ‘Je hebt ogen als een mes’ |
|
2 Товарищи учёные ! Не сумневайтесь, милые : Коль что у вас не ладится – ну там не тот аффект – Мы мигом к вам заявимся с лопатами и с вилами, Денечёк покумекаем – выправим дефект. |
2 Kameraden wetenschappers ! Maken jullie je geen zorgen! Heb je problemen in het lab- zeg, een ongewenst effect, Laat het ons weten, dan zijn we er gelijk morgen, met rieken en met schoppen, en herstellen het defect. < ‘Kameraden wetenschappers’ |
|
3 Обещал — забыл ты нешто ? Ох хорош !..- Что клеёнку с Бангладешта привезёшь. |
3 Weet je nog wat je beloofde, poepie ? Een tafelzeil meenemen uit Bangladest ? < ‘Instructies voorafgaand aan een buitenlandse reis’ |
In de eerste twee voorbeelden maakt het ongrammaticale taalgebruik plaats voor gewoon taalgebruik (voorbeeld 2) ofwel zeer spreektalig taalgebruik (voorbeeld 1). Eén keer toch bewaart de vertaler het incorrecte (voorbeeld 3), wanneer Бангладешт in het Russisch Bangladest in het Nederlands wordt.
Slotsom
De vertaling van Robbert-Jan Henkes is een verbluffende literaire prestatie. Het is lenige acrobatiek op de vertaaltrapeze, met een wonderlijke dichtbundel als resultaat. Hij biedt voor het Nederlandstalige publiek een bevoorrechte inkijk in een genre en een episode van de Russische literatuur die tot nu ten onrechte onderbelicht zijn gebleven.